Dag 1 in Engeland: links rijden, nieuwe vrienden en een eerste smaak van wat komen gaat
De avond voor vertrek lag ik nog even wakker. Niet van spanning over de reis zelf, maar over dat ene ding: links rijden. Iedereen die het weet zegt dat het meevalt. Maar je weet het pas als je er zelf inzit, met een Jeep die je gewend bent, op een weg die gespiegeld aanvoelt. Toch maar gewoon beginnen, dacht ik.
We vertrokken in de middag vanuit Rotterdam met de P&O-ferry richting Hull. En eerlijk gezegd — die ferry was heerlijk. Geen file, geen stress, gewoon een avond op het water. We hadden een hut geboekt, aten aan boord, en slenterden daarna over het dek terwijl de haven van Rotterdam langzaam verdween. Zoiets simpels, maar het voelde meteen als vakantie. We hadden een hut aan boord voor baasjes met een hond, dek 7. Met een kleine buitenplaats waar onze tijger zijn behoefte kon doen. Dit was natuurlijk wat onwennig maar is allemaal goed gegaan.
Ontmoeting op de kade: een Defender 110 uit Zwitserland
Wat we niet hadden verwacht: nog vóór we aan boord gingen, stonden we al te kletsen met mensen die hetzelfde reisgevoel hadden als wij. Naast onze Jeep Wrangler stond een gave oude Land Rover Defender 110 — Zwitsers nummerbord, Hefdak en verdere mooie uitrusting. We konden het niet laten. Even vragen waar ze naartoe gingen, hoe ze de Defender hadden opgebouwd, waar ze al geweest waren.
![]()
Het werd een lang gesprek. Zij hadden Scandinavië gedaan, wij Noorwegen en de Noordkaap. Die taal kennen we. Je staat daar met twee stel mensen die allebei begrijpen waarom je een heel weekend kunt praten over bandenkeuze en slaapsystemen. Dat is het mooie van overlanden — de community die je onderweg tegenkomt bestaat uit mensen die het gewoon snappen. We kwamen als vreemden naast elkaar te staan en gingen als bekenden aan boord.
Hull, links rijden en waarom het eigenlijk meevalt
’s Morgens vroeg kwamen we aan in Hull. Het ruim open, de Jeep eruit, en daar stond ik dan. Links rijden. Ik schoof achter het stuur, haalde even diep adem, en reed de ferry af.
En weet je wat? Het viel mee. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat je lichaam het snel oppikt. De rotonde net buiten de haven was het spannendste moment — je instinct zegt rechts, de borden zeggen links. Maar na twintig minuten reed ik gewoon. Het enige wat me bleef verrassen was de ruitenwisser: elke keer dat ik wilde knipperen zette ik per ongeluk de ruitenwissers aan. Dat weet je van tevoren niet.
York: prachtige stad, parkeren is een andere zaak
We reden binnendoor naar York. Dat was het plan — even stoppen in die prachtige, historische stad. En York ís mooi. De muren, de smalle straatjes, de kathedraal die je al van ver ziet. Het soort stad waar je meer tijd had willen hebben.
Alleen: parkeren lukte niet. Ik dacht dat EasyPark hier ook werkte. Dat doet het dus niet. We stonden bij een automaat die een Britse betaalapp vereiste die wij niet hadden, samen met een stel andere toeristen die er net zo verloren bij stonden. Veel gezucht, weinig oplossingen. Na een tijdje reden we maar door — York bewaren we voor een volgende keer, maar dan beter voorbereid.
Tip: installeer RingGo of PayByPhone voordat je vertrekt. Gratis te downloaden, maar je hebt een account nodig. Dat regel je beter thuis op de bank dan op een parkeerplaats in een onbekende stad.

Egglestone Abbey: de toevalstreffer van de dag
Niet ver van Barnard Castle zagen we een bord staan. Egglestone Abbey. Ik kende de naam niet, Sabina ook niet. We sloegen af.
Dat was een goede beslissing. De ruïnes van dit voormalige klooster uit de twaalfde eeuw liggen op een stille plek boven de rivier de Tees. Geen grote parkeerplaats, geen ticketbalie, geen souvenirwinkel. Gewoon een pad, wat stenen, en de lucht erboven. De gotische raamopeningen staan er nog. Je kijkt er doorheen en ziet heuvels.
Het klooster heeft een bewogen geschiedenis — gesticht op grond die de stichter eigenlijk niet eens bezat, geplunderd door de Schotten in 1315, beschadigd door het Engelse leger in 1348, en uiteindelijk ontbonden door Hendrik VIII in 1540. Stenen uit de kerk belandden later als bestrating in een nabijgelegen stallenplaats. Dat soort details maken een plek voor mij. Toegang is gratis, het wandelpad langs de Tees is anderhalve kilometer en de moeite waard.

High Force Waterfall: gewoon gaan
Daarna reden we door naar High Force. Een van de grootste watervallen van Engeland — het water van de Tees valt hier zo’n 21 meter omlaag over een rand van donker gesteente. Je hoort het al voordat je het ziet. Het is het soort stop waarbij je tien minuten denkt te blijven en er een halfuur staat. Tijgertje vond het ook wel wat, al was ze minder onder de indruk van het natte pad terug.

De grens met Schotland
Later op de middag reden we richting de Schotse grens. We stapten er even uit. Niet voor een selfie bij een bord, maar omdat je hier even moet stilstaan. Dit is grond met een zwaar verleden. Eeuwenlang was dit geen rustige grensstreek maar een zone van plunderingen, grensoorlogen en families die generaties lang van beide kanten roofden en stalen. De Border Reivers — ze worden hier nog steeds herdacht. De kastelen en peel towers langs de route zijn geen decoratie. Ze stonden er omdat je ze nodig had.

Je staat daar en beseft dat de rust die je nu ziet er relatief recent is. Dat geeft een gevoel dat moeilijk te beschrijven is. Iets tussen ontzag en dankbaarheid.
Wildkamperen: plan B werkte prima
Het plan was wildkamperen. Schotland heeft het Right of Access — je mag er overnachten in de natuur, mits je je gedraagt. Maar betaalapps voor parkeerlocaties werkten niet, we kwamen er niet uit, en de avond viel. Via Park4Night vonden we een alternatief net voorbij Jedburgh: een boerencamping van Jane, een dame op leeftijd die van haar boerenerf een klein kampeerterrein heeft gemaakt.

Het sanitair is oud. Het uitzicht is prachtig. Toen we even een stukje wandelden en over de heuvels uitkeken, snapten we precies waarom ze dit was gaan doen. We klapten de Alu-Cab open, maakten iets te eten, en lieten de dag bezinken. Dag één was niet gegaan zoals gepland. Maar dat zijn vaak de beste dagen.
Praktische tips voor deze route
- Links rijden: het went snel, maar installeer jezelf op rustige wegen vlak na aankomst in Hull. Rondes en ruitenwissers zijn je grootste vijanden.
- Parkeren in Engeland: installeer RingGo of PayByPhone thuis al. EasyPark werkt hier niet.
- Egglestone Abbey: gratis toegang, weinig bezoekers, mooi wandelpad langs de Tees. Parkeer in Barnard Castle als de parkeerplaats vol is.
- High Force Waterfall: kleine entree voor het wandelpad, neem waterdichte schoenen mee.
- Wildkamperen: Scotland’s Right of Access geldt zodra je de grens over bent. Gebruik Park4Night als backup voor boerencampings en rustige plekken.
- Jedburgh: een goede eerste nacht net over de grens. Rustig, mooi, vriendelijke mensen.
- Bekijk alle NC500-stops op mijn Google Maps kaart →
De volgende dag zouden we Schotland echt binnenkomen. En het land liet zich niet lang wachten.
— Even wat vragen vooraf:
Is links rijden in Engeland moeilijk als je gewend bent aan rechts?
Het went verrassend snel. De meeste mensen hebben na een halfuur rijden het basisritme te pakken. De lastigste momenten zijn rotondes en kleine straten. Een praktische tip: zet een reminder op het stuur of dashboard voor de eerste dag, en rij even in op rustige wegen vlak na aankomst in Hull of een andere haven.
Werkt EasyPark in Engeland?
Nee, EasyPark werkt niet in Engeland. De meeste Engelse steden werken met RingGo of PayByPhone. Download deze apps en maak vooraf een account aan — dat is een stuk makkelijker dan op een parkeerplaats in een onbekende stad.
Is Egglestone Abbey gratis te bezoeken?
Ja, Egglestone Abbey is gratis toegankelijk. Het terrein wordt beheerd door English Heritage. Er is een wandelpad langs de rivier de Tees vanuit Barnard Castle van ongeveer anderhalve kilometer. Parkeren op de locatie zelf is beperkt.
Mag je wildkamperen in Schotland met een daktent?
Ja, in Schotland geldt het Right of Access, wat wildkamperen toestaat — ook met een voertuig en daktent, zolang je je houdt aan de gedragsregels: geen schade, geen overlast, vertrek na maximaal drie nachten op dezelfde plek. In Engeland gelden andere, restrictievere regels.
Wat is Park4Night en hoe gebruik je het voor een roadtrip in Schotland?
Park4Night is een app en website waarop kampeerders overnachtingsplekken delen: van wildeplaatsen en boerencampings tot officiële camperplaatsen. Voor een Schotlandtrip is het een handig alternatief als wildkamperen niet lukt. Veel locaties zijn gratis of tegen een kleine bijdrage rechtstreeks bij de eigenaar te regelen.
