Schotland

Dag 4 in de Schotse Highlands: single tracks, zeemeesters en de eerste mijlen van de NC500

Er zijn van die dagen onderweg waarbij je ’s avonds in je daktent kruipt en eigenlijk niet goed weet waar je moet beginnen. Dag vier in Schotland was zo’n dag. We hadden geen strak programma, alleen een lijst met plekken die ik van tevoren had opgezocht en een Jeep die klaarstond. Wat volgde was een rit door de Highlands die ik voorlopig niet vergeet. Een land vol single tracks waar je voor elke tegemoetkomende auto een passing place opzoekt, lucht die fris ruikt naar hei en zout water, en stops die stuk voor stuk hun eigen verhaal hadden. Dit was ook de dag waarop we officieel de eerste mijlen van de North Coast 500 onder de wielen kregen aan de Oostzijde. We hadden immers de tip gekregen de NC500 tegen de klok in te rijden.

De Black Isle: meer dan een tussenstop op de NC500

De meeste NC500-rijders razen over de A9 langs de Black Isle heen. Begrijpelijk, want de westkust lonkt. Maar wie de afslag neemt richting Fortrose, rijdt een schiereiland op dat de moeite meer dan waard is. De Black Isle is geen eiland, het is een landtong ingeklemd tussen de Moray Firth en de Cromarty Firth, en hij heeft iets dat veel drukkere toeristische plekken missen: rust.

We reden er in de vroege ochtend naartoe, toen de mist nog laag over het water hing. Kippenvel, maar dat had ik de afgelopen dagen ook al ervaren. Schotland wat ben je mooi. Het maakt eigenlijk niet uit waar je heen gaat, na iedere bocht of afslag ben je weer gevangen met je blik. Geweldig. Zo gingen we naar Clootie Well, Fairy Glen, Channonry Point en het plaatsje Dornoch. Laat ik ze hieronder stuk voor stuk even uitlichten.

Clootie Well: waar de bomen vol vodden hangen

De eerste stop was er een die je niet snel vergeet. Net buiten Munlochy, langs de A832, hangt het bos vol met stukken stof. Linten, lappen en sjaals aan elke tak. Het is de Clootie Well, een van de oudste heilige bronnen van Schotland.

Clootie Well Schotland

Het ritueel gaat zo: je doopt een stuk stof, een ‘cloot’ in het Schots, in het bronwater, bindt het aan een tak, en spreekt een gebed uit. De gedachte is dat naarmate de stof vergaat, ook de ziekte of het onheil verdwijnt. Een extra waarschuwing die locals altijd meegeven: verwijder nooit een clootie van iemand anders. Dat breng je dan namelijk hun kwaal mee naar huis. Of je dat gelooft of niet, de plek heeft iets. Er gaat een zeker iets magisch van uit, echt gaaf om te zien.

De bron is gewijd aan Sint Curetán, een Pictische bisschop die hier werkte rond het jaar 620 na Christus. Volgens de overlevering stond hier ooit een kapel, en werden zieke kinderen soms een nacht bij de bron achtergelaten in de hoop op genezing. In 1581 maakte een Schotse wet pelgrimages naar heilige bronnen tijdelijk illegaal. Dat de Clootie Well er nog steeds is, en nog steeds bezocht wordt, zegt genoeg over hoe diep deze traditie zit.

Praktisch: gratis toegang, parkeerplaats aan de A832 zo’n 3,6 kilometer van het Tore-rotonde richting Munlochy. Altijd open. Breng alleen biologisch afbreekbaar materiaal mee als je een clootie wil hangen zoals katoen of wol, geen polyester. Het is mooi om te zien hoe mensen hier stil bij staan, ook wij waren best wel onder de indruk van dit stukje historie.

Fairy Glen: twee watervallen en een oud verhaal

Een paar kilometer verder, vlak buiten Rosemarkie, parkeerden we bij de Fairy Glen. De naam klinkt misschien wat kitscherig, maar de plek zelf is dat niet. Het is een steilwandig dal waar de Markie Burn doorheen stroomt, omgeven door eiken, essen en berken. Het pad is minder dan drie kilometer heen en terug, maar neemt je mee langs twee watervallen die allebei hun eigen karakter hebben.

Fariy Glen watervallen in Schotland

Stop niet bij de eerste waterval, dat is de fout die veel mensen maken. Loop door. De tweede, hogere waterval is indrukwekkender en de moeite waard. Het pad wordt smallere en wat gladder naarmate je verder komt, dus laarzen zijn geen overbodige luxe. Er is ook een ondiepe watergang die je doorwaadt of overspringt. Tijgertje vond dat het beste onderdeel van de dag denk ik. Al was het soms lastig om over de verschillende obstakels heen te komen voor onze kleine viervoeter.

Magische Fairy Glen watervallen Schotland

De folklore rondom deze plek gaat ver terug. Lokale kinderen plaatsten vroeger bloemen in de poelen om de feeën tevreden te houden. De feeën zorgden er op hun beurt voor dat het water schoon bleef. Er staat ook een oude dode boom vol ingeduwd munten, een traditie die volgens de overlevering ooit een offer aan de feeën was om te voorkomen dat ze baby’s kwamen meenemen. De folklorist Hugh Miller noteerde al in de jaren 1790 een verhaal over een nachtelijke wandelaar die feeën-muziek hoorde in het dal.

Praktische info: Gratis parkeren, altijd open, beheerd door de RSPB. Zie: RSPB Fairy Glen reservaat

Na onze heerlijke wandeling naar de watervallen was het tijd voor de inwendige mens. We zijn in Schotland, dus wat eten we. Fish & Chips. Heerlijk, al hou ik niet zo van vis.

Fish and Chips op roadtrip Schotland NC500

 

Chanonry Point: tuimelaars op een paar meter afstand

Dit was de stop waar Sabina het meest naar uitkeek. Chanonry Point is een landtong die uitsteekt in de Moray Firth, tussen Fortrose en Rosemarkie, en staat bekend als een van de beste plekken in heel het Verenigd Koninkrijk om tuimelaars, bottlenose dolphins, vanaf het land te spotten. Niet vanuit een boot. Gewoon, staand op het kiezelstrand, soms op een paar meter afstand.

Tuimelaars bji Chanonry Point Schotland

Het geheim zit in het getij. Op een opkomend tij jagen de tuimelaars zalm die met de stroming meekomt. De beste tijd is ongeveer een uur na laagwater, bij springtij. Check de getijde tijden voor Inverness van tevoren en plan je bezoek daaromheen. CONTROLEER: actuele link voor getijdetijden Inverness

De vuurtuur aan het punt dateert uit 1846, ontworpen door Alan Stevenson, en is nog steeds actief. Het terrein van de vuurtoren zelf is privé. Het kijkpunt is het kiezelstrand ernaast. En of we ze gezien hebben, die tuimelaars, prachtig hoe ze keer op keer boven kwamen op verschillende plekken. Adembenemend om te zien, zo dichtbij. Het deed mij terugdenken aan onze roadtrip door Noorwegen waar we op de Lofoten orca’s zagen jagen vanaf het strand.

Vuurtoren bij Chanonry Point Schotland

Praktisch: de parkeerplaats raakt snel vol op drukke dagen. Lopen vanuit Fortrose of Rosemarkie is de betere optie, beide dorpen hebben parkeerruimte. Geen toiletten bij het punt zelf. Geen drones, de luchthaven van Inverness ligt te dichtbij. Let ook op de stroming in het water: die is gevaarlijk sterk, niet geschikt voor zwemmen of honden die te dicht op het water komen.

Dornoch: de eerste echte NC500-stop

Na de Black Isle reden we noordwaarts, over de Dornoch Firth Bridge, en kwamen we aan in Dornoch. Dit is een van die stadjes die je als NC500-rijder niet mag overslaan, ook al is het strikt genomen een zijweg van de A9.

Dornoch is klein maar heeft veel karakter. De gebouwen zijn opgetrokken uit honingkleurig steen, de straten zijn rustig, en er hangt een sfeer van een plek die zichzelf niet hoeft te bewijzen.

Dornoch Cathedral

Middenin het stadje staat de Dornoch Cathedral, de meest noordelijke kathedraal op het Britse vasteland. De fundamenten dateren uit de 13e eeuw. De kathedraal heeft een rustige uitstraling en is gratis te bezoeken. Wie van moderne curiosa houdt: in 2000 werd hier de zoon van Madonna gedoopt, en in 2010 trouwde Elon Musk er met Talulah Riley. Dat staat allemaal niet in de folder, maar de vrijwilliger bij de ingang vertelt het je graag.

Open maandag tot en met zondag van 10:00 tot 20:00 uur.

Cocoa Mountain: de beste warme chocolademelk van Schotland

Op Castle Street, letterlijk naast de kathedraal, zit Cocoa Mountain. Dit is een chocolatier die in 2006 begon in Balnakeil bij Durness en inmiddels ook in Dornoch gevestigd is. Ze maken alle chocolade met de hand, zonder kunstmatige toevoegingen, en de warme chocolademelk heeft een reputatie die ver over de grenzen van Sutherland reikt.

Cacao Mountain in Dornoch Schotland

We gingen er even voor zitten. Wauw, wauw en nog eens wauw wat lekker. Wat moet je kiezen, keuzestress kan ik je zeggen. We kozen samen voor een brownie en Sabina voor Chocolade melk, de standaard uitvoering en die was al op voordat ze er erg in had. Dat zegt denk ik wel genoeg.Wij kunnen je aanraden hier naartoe te gaan.

Openingstijden: dagelijks 09:00–18:00 uur. Honden welkom. Kom ’s ochtends vroeg — de middag kan druk worden. Parkeren is beperkt: zet de Jeep verderop en loop. Voor meer info zie: Cocoa Mountain website

Dornoch Beach

Na de chocolademelk liepen we naar het strand. Dornoch Beach is een uitgestrekt goudkleurig strand dat in beide richtingen doorloopt zo ver je kunt zien. Kilometers zand, nauwelijks mensen, en een uitzicht over de Dornoch Firth. Gratis parkeren, toiletten aanwezig. Na al het rijden en stoppen was dit precies wat we nodig hadden — even geen informatieborden, gewoon het water en de wind.

Nog een bijzonderheid: de heksenverbranding van 1727

Dornoch heeft ook een duistere bladzijde. Het was de laatste plek in Schotland waar een vrouw als heks werd verbrand, in 1727. Haar naam was Janet Horne. Ze bewees haar schuld tijdens het proces door te struikelen over een recitering in het Gaelisch van het Onze Vader. Of ze haar dochter werkelijk in een paard had veranderd en naar de duivel had gebracht om beslagen te worden is op zijn minst twijfelachtig te noemen, haha. Een steen in een privétuin aan de rand van het stadje herdenkt haar.

Het is niet het vrolijkste verhaal, maar het hoort bij Dornoch. En het geeft het stadje een laag die verder gaat dan golf en chocolade.

Single tracks: hoe rijden op de Black Isle en in Sutherland werkt

Voor wie niet gewend is aan single track roads: dit zijn wegen met één rijstrook voor beide rijrichtingen, met af en toe een uitwijkplaats — een ‘passing place’ — aan de kant. Je rijdt rustig, houdt de weg voor je goed in de gaten, en als je een auto ziet aankomen, schat je in wie het dichtstbij de eerstvolgende passing place is en wie voorrang geeft.

Met de Jeep viel dat reuze mee. Brede auto’s hebben hier soms wat stress, maar bij ons paste alles met enige oplettendheid. Ik vond het geweldig, eerlijk gezegd, iedereen ging aan de kant als ze dat zwarte monster dichterbij zagen komen. Dus echt wel relaxed rijden kan ik je zeggen.

Een paar praktische tips voor single track rijden:

  • Rij nooit sneller dan de weg je toelaat. Achter een bocht kan een tractor staan.
  • Gebruik de passing places ook om snellere auto’s achter je te laten passeren — het is geen zwakte, het is gewoon beleefd.
  • Parkeer nooit in een passing place. Die zijn er voor het verkeer, niet voor de lunchpauze.
  • Op de Black Isle komen de mooiste single tracks als je de A832 verlaat richting de kust.

De NC500: een eerste indruk

Vandaag legden we de eerste echte officiële NC500-kilometers af. De North Coast 500 is een rondrit van ongeveer 850 kilometer geloof ik door de Schotse Highlands, die start en eindigt in Inverness.

Wij rijden de route tegen de klok in: eerst de oostkust als warming-up, dan de westkust als grande finale. De reden is simpel: de meest spectaculaire stukken — Torridon, Applecross, Assynt — bewaar je voor het einde, als je al gewend bent aan het rijden en de schoonheid je minder overweldigt.

Dag vier was nog de rustige kant van de route. Maar zelfs hier, op de Black Isle en in Sutherland, had elke stop zijn eigen gewicht. De Clootie Well met zijn eeuwenlange traditie. Chanonry Point met zijn tuimelaars. Dornoch met zijn kathedraal en chocolatier en zijn steen voor een vrouw die in 1727 stierf omdat ze te slecht Gaelisch sprak.

Schotland heeft die eigenschap. Het gooit je een landschap toe dat je adem afsnijdt, en twee minuten later sta je voor een bordje dat je vertelt dat hier iets verschrikkelijks is gebeurd. Dat contrast is precies waarom je er wil rijden.

Het was wederom een dag voor belevenis en natuurlijk schoon kan ik zeggen, wauw wat een land. Als ik dan toch iets kwijt moet is hoe dicht alles zit, je kunt nergens van het asfalt af of er staat een hek. Dus je bent aangewezen op een camping of een zandpad waar je heel dicht bij de weg staat. Dat is wel jammer als je Scandinavië als vergelijking in je hoofd hebt.

Nog enkele FAQ’s

Waar kun je tuimelaars spotten bij Inverness?

De beste plek om tuimelaars vanaf het land te zien bij Inverness is Chanonry Point op de Black Isle, tussen Fortrose en Rosemarkie. De dolfijnen jagen hier op zalm in het sterke getijdenwater. De beste kans heb je op een opkomend tij, ongeveer een uur na laagwater, bij springtij. Er zijn zo’n 200 tuimelaars in de Moray Firth en ze zijn het hele jaar door te zien, met de beste kansen in de zomer. Toegang is gratis; parkeren bij het punt zelf is beperkt en er stond een parkeermeter, alleen werkte die niet.

Wat is de Clootie Well in Schotland?

De Clootie Well bij Munlochy op de Black Isle is een heilige bron die al meer dan 1.400 jaar wordt bezocht. Bezoekers dopen een stuk stof (een ‘cloot’) in het bronwater, binden het aan een boom en spreken een gebed uit voor genezing of geluk. Naarmate het doek vergaat, verdwijnt ook het onheil. De bron is gewijd aan Sint Curetán, een Pictische bisschop die hier werkte rond 620 na Christus. De toegang is gratis en de plek ligt aan de A832, zo’n 3,6 km van het Tore-rotonde richting Munlochy. Gebruik alleen biologisch afbreekbaar materiaal als je een clootie wil achterlaten.

Is Dornoch een goede stop op de NC500?

Ja. Dornoch ligt net buiten de officiële NC500-route maar is een van de meest de moeite waard zijsprongen op de oostkust. Het stadje heeft een 13e-eeuwse kathedraal (de meest noordelijke op het Britse vasteland), een uitgestrekt goudkleurig strand met gratis parkeren, en Cocoa Mountain — een chocolatier die beroemd is om zijn warme chocolademelk. Dornoch is ook historisch interessant als de laatste plek in Schotland waar een vrouw als heks werd verbrand (1727). Reken op anderhalf tot twee uur voor een rustige stop.

Hoe werkt rijden op single track roads in Schotland?

Single track roads zijn wegen met één rijstrook voor beide richtingen. Op regelmatige afstanden zijn er passing places — kleine uitwijkplaatsen aan de kant van de weg. Als er een auto tegemoet komt, rijdt degene die het dichtstbij de eerstvolgende passing place zit achteruit of stopt om de ander door te laten. Rij altijd langzaam genoeg om achter een bocht een tractor te kunnen ontwijken. Gebruik passing places ook om snellere auto’s achter je te laten passeren, maar parkeer er nooit in. Met een grotere auto zoals een Jeep Wrangler is oplettendheid geboden, maar het rijdt prima als je de tijd neemt.

Wat is Fairy Glen bij Rosemarkie en hoe kom je er?

Fairy Glen is een bosrijke kloof net buiten Rosemarkie op de Black Isle, met twee watervallen aan het einde van een wandelpad van bijna drie kilometer heen en terug. Het pad volgt de Markie Burn door een bos van eiken, essen en berken. De wandeling duurt circa 1,5 uur. Loop door voorbij de eerste waterval — de tweede is indrukwekkender. Gratis parkeren aan de A832 aan de noordkant van Rosemarkie, altijd toegankelijk. Laarzen zijn aan te raden; het pad kan modderig zijn en er is een ondiepe watergang die je doorwaadt.