kamperen

Waarom natuurkamperen niet genoeg was: Mijn weg naar Off-grid met de Jeep

Natuurkampeerterreinen zijn prachtig. De rust, het groen, vaak een simpel toiletgebouw en verder vooral veel natuur om je heen. Sabina en ik hebben fantastische weekenden doorgebracht op plekken van Logeren bij de Boswachter. Tijgertje snuffelt rond tussen de bomen, wij zitten bij ons kampvuur, en voor een lang weekend is het eigenlijk perfect.

Eric en Sabina off-grid kamperen Jeep Wrangler daktent avontuur

Maar ergens tijdens die tripjes begon het te kriebelen.

Die Jeep Wrangler op de parkeerplaats van het natuurkampeerterrein – met zijn Alu-Cab Gen 3-R daktent, de Ironman vering, die lier voorop – het voelde alsof ik een racepaard aan een touw had staan terwijl het alleen over het grasveld mocht lopen. De Jeep kón zoveel meer. En diep van binnen wilde ik dat ook.

Het keerpunt: Midden in een Zweeds bos

Het was een paar jaar geleden, ergens in Zuid-Zweden, in Småland. We hadden voor het eerst gebruikgemaakt van het Zweedse allemansrecht – dat magische principe dat je vrijwel overal je tent mag opzetten. We vonden via iOverlander een afslag van een gravelweg, reden een paar honderd meter een bospad op, en daar stond een klein meertje. Verder niemand. Geen geluid behalve vogels en af en toe een blaadje dat viel.

Die eerste ochtend stapte ik uit de daktent, de kou in. Het water van het meer was warmer dan de buitenlucht. Ik liep erin voor mijn ochtendbad. Sabina keek vanaf de kant en schudde lachend haar hoofd. “Dit is belachelijk,” zei ze. “En tegelijkertijd fantastisch.”

Precies.

Dat was het verschil. Geen camping om ons heen. Geen andere voertuigen. Geen geluid van stemmen of auto’s. Alleen wij, de natuur, en die onbeschrijflijke vrijheid om te gaan en staan waar we wilden. Die avond maakten we een kampvuur – op een veilige plek natuurlijk – en kookten ons eten op open vuur. We speelden een spelletje, ruimden netjes alles op, en kropen tevreden de daktent in.

Die nacht besefte ik: natuurkamperen is mooi, maar dit… dit is wat ik zoek.

Lofoten Noorwegen off-grid spot Jeep daktent roadtrip

Wat is off-grid kamperen eigenlijk?

Laat me helder zijn over het verschil, want er is best wat verwarring.

Natuurkamperen in Nederland, België of Frankrijk betekent kamperen op kleinschalige terreinen midden in de natuur. Je staat tussen de bomen, er is vaak een eenvoudig toiletgebouw, soms stromend water. Het is rustig, geen animatie, geen drukte. Fantastisch voor lange weekenden. Maar je staat nog altijd op een aangewezen plek, met andere kampeerders om je heen, en je bent afhankelijk van de voorzieningen van het terrein.

Off-grid kamperen is een stap verder. Je staat volledig zelfvoorzienend, vaak ver buiten de bewoonde wereld. Geen toiletgebouw, geen kraan, geen andere mensen. Alleen jij, je voertuig, en de natuur. Je bent volledig onafhankelijk voor water, stroom, eten. Je kiest je eigen plek – een meertje in Zweden, een fjord in Noorwegen, een plateau in de bergen.

De volgende ochtend sta je op, en het voelt alsof je de enige op de wereld bent. Geen mensen, alleen de rust, de sfeer, het dierenrijk. Een riviertje of meer wordt je bad. Een popup tentje met droogtoilet wordt je sanitair. En dat gevoel van vrijheid… daar draait het om.

Wildkamperen is iets anders – dat is illegaal kamperen buiten aangewezen plekken. In Nederland verboden sinds 2020, met boetes tot €500. Off-grid kamperen doen we wél legaal, maar dan in landen met het allemansrecht zoals Noorwegen, Zweden en Finland. Daar mag het gewoon.

Verschil natuurkamperen off-grid wildkamperen

Mijn eerste off-grid setup: Simpeler dan je denkt

Die eerste keer in Zweden hadden we:

  • Een Koala Creek softshell daktent (fantastisch ruim)
  • Een Ecoflow powerstation met voldoende capaciteit voor een paar dagen
  • 30 liter schoon water
  • 6 flessen Spa rood
  • Basis kampeeruitrusting

En weet je wat? We hadden veel te veel meegenomen. Te veel kleren (Nederlanders hè, haha), te veel boodschappen, overtollige spullen die we nooit gebruikten. Maar de basis was er. We konden ons redden.

Wat ik toen nog niet had: rescue gereedschap. Gelukkig hadden we het niet nodig, maar het gaf me wel een onrustig gevoel. Na die trip stond het hoog op mijn verlanglijst.

Jeep Wrangler overlanding setup daktent

Stap voor stap opbouwen: Zo groeide mijn setup

Na Zweden zijn we kortere trips gaan maken naar België, Frankrijk en Italië. Steeds meer op natuurkampeerplekken. En na elke trip keek ik kritisch: wat heb ik gemist? Wat kan beter?

Eerste toevoegingen

Twee extra dakkoffers (gun cases) voor spullen die we niet dagelijks nodig hebben. Lichte materialen, want ze verhogen de dakbelasting. Een extra 20 liter jerrycan benzine – mijn Jeep loopt 1 op 6, dat is 400 kilometer op één tank. Met twee extra jerrycans heb ik 200 kilometer extra. In Scandinavië met die enorme afstanden is dat geen luxe.

Verlichting voor veiligheid

Een LED-bar op het dak. Rijden in de natuur in het donker vraagt extra veiligheid. Met die bar heb ik daglicht, midden in de nacht. Klinkt overdreven, maar probeer maar eens een smal bospad af te rijden zonder straatverlichting.

Het 4WD winterweekend: Een eyeopener

Tijdens een 4WD winterweekend kreeg ik uitleg van een ervaren overlander over recovery gear. Wat je nodig hebt, hoe je het gebruikt. Dat was het moment dat ik besefte: dit is geen overbodige luxe. Zo kwam de Ironman lier voorop de bumper. Zodat ik mijzelf of een ander kan helpen als iemand vastzit.

De grote switch: Koala Creek naar Alu-Cab

We hebben de Koala Creek uiteindelijk verkocht en een Alu-Cab Gen 3-R gekocht. Reden: snelheid. We reizen graag per dag verder, en dan is snelheid in opzetten en inpakken fijn. Zeker bij slecht weer. De Alu-Cab gaat open in 30 seconden. Dicht in een minuut. Perfect.

Vering upgrade

Door alle opbouw werd de Jeep zwaarder. De standaard vering werd murw. Daarom koos ik voor Ironman vering – kan tegen een stootje in het terrein, en houdt de Jeep stabiel met al dat gewicht op het dak.

 

Jeep Wrangler overlanding setup daktent recovery gear Ironman lier

Eerlijk over de kosten: Het loopt op

De kosten lopen snel in de papieren, zeker als je goed materiaal wil. Een goede daktent met 270 graden luifel was bij ons de start. Goed advies inwinnen, vergelijken, uiteindelijk kiezen. Dat was ongeveer €3500.

Na ieder avontuur kwam daar weer wat bij. Maar we zijn vooral praktisch begaan. Wat hebben we écht nodig? Waar kunnen we simpel beginnen?

Ik heb niet alle kosten bijgehouden – en eerlijk, ik wil het misschien ook niet weten – maar hou rekening met serieuze investeringen voor goed materiaal. Laat je adviseren, maar laat je ook niet gek maken. Kijk goed naar wat jíj nodig hebt. Zoek op het web, er is veel te vinden. Ook op websites zoals Amazon. Wees creatief in oplossingen. Niet alles hoeft duur te zijn.

En vraag het me als je ergens mee zit. Als ik kan helpen, doe ik dat graag.

Hoelang kunnen we off-grid?

Met onze huidige setup kunnen Sabina en ik ongeveer vier dagen volledig zelfvoorzienend staan. Voldoende water, stroom, eten – alles aanwezig.

Het stroomgebruik kan ons dwingen om ons opvouwbare zonnepaneel te gebruiken, waardoor stroom gegarandeerd blijft. Voor internet maak ik gebruik van een Starlink Mini met roaming profiel. Klinkt luxe, maar soms sta je ergens waar mobiel bereik gewoon niet toereikend is. Dan is de Starlink perfect. Ook tijdens het rijden kan ik hiervan gebruik maken door de mount op de Jeep.

Vier dagen klinkt misschien niet super lang, maar het past perfect bij onze lange weekendtrips binnen Nederland, België en Frankrijk. Dan wil ik gewoon niet weg van die plek. Gewoon lekker tot rust komen.

De 4×4 vraag: Heb je het écht nodig?

Ik hoor het beginners vaak vragen: “Moet ik echt een Jeep Wrangler of Land Rover Defender kopen om off-grid te kunnen? Of kan ik ook met mijn Subaru of RAV4?”

Eerlijk antwoord: het hangt ervan af.

In Scandinavië kun je prima uit de voeten op gravelwegen met een gewone auto. De meeste mooie plekken zijn gewoon bereikbaar. Maar…

Voorbeelden waar ik mijn 4×4 écht nodig had

Ergens in Noorwegen moesten we een helling van 24 procent op en af. Dat was zo’n moment waarop ik dacht: oké, dit wordt leuk en spannend. De Jeep verbaasde me – hoe rustig ik boven en beneden kwam. Geen probleem.

Een ander moment: hoog op rotsachtige ondergrond met een halve meter sneeuw. Na 60 meter zat ik vast. Geen ruimte om te keren, weinig houvast voor de lier. Vol geweld achteruit, samen kwamen we eruit. Later bleek dat ik wel wat had stukgereden – een onvoorziene kostenpost. Maar geen uitval. Nog ruim 2000 kilometer gereden. Mijn monteur vroeg zich af of ik niets had gemerkt. “Werkt in mijn ogen nog altijd perfect,” zei ik. Was toch niet helemaal zo. Nu weer wel.

Maar zoals een marshal tegen mij zei: “Het ligt niet aan je voertuig maar aan de bestuurder. Jouw Jeep kan overal doorheen komen – jij bent zelf de beperkende factor.”

Dus leer en doe mee aan workshops en events waar je op geprepareerde terreinen kunt rijden. Leer je 4×4 kennen.

Off-grid kamperen kampvuur koken open vuur Scandinavië

Alternatieven voor de Wrangler

Er zijn veel gave 4×4 voertuigen geschikt voor off-grid kamperen:

  • Suzuki Jimny: Geweldig voertuig dat overal doorheen komt. Waar anderen vastzaten, tokkelde de Jimny gewoon door.
  • Toyota Hilux met Alu-Cab canopy: Prachtige setup, overal mee te komen. (Ik vind de Toyota zelf niet mooi, maar dat is persoonlijk.)
  • Land Rover Defender 110 of 90: De oude modellen, iconen. Niet die nieuwe dingen.
  • Jeep Gladiator: De enige pickup die ik mooi vind.

Maar het kan ook anders. Een collega van mij gaat redelijk off-grid met haar Volvo V60. Dus zonder 4×4. Het ligt eraan wat je wilt.

Waarom Scandinavië? De lange reis waard

“Waarom trek je helemaal naar Noorwegen? Je kunt toch ook naar de Ardennen?”

Ik snap die vraag. Het is ver. Ruim 1500 kilometer enkele reis. Maar Scandinavië…

Ik heb Scandinavië in mijn hart gesloten. Wat een ruimte, wat een natuur. Verliefd – dat is het juiste woord.

In 2025 hebben we een roadtrip gemaakt door Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland. Via de Lofoten naar de Noordkaap en terug. Ruim 10.000 kilometer. Zoveel mogelijk via binnenwegen. Echt genoten. Ik zou het zo weer doen.

Mijn favoriete gebieden

De Lofoten vonden we helemaal geweldig. Ook nabij de Noordkaap. Maar daarmee doe ik het hele land tekort, want we hebben op plekken gestaan waar je dacht dat je op een andere planeet stond. Zo gaaf.

Zweden is ook top, vooral Småland. Maar ook hier doe ik veel mooie plekken tekort. Finland vond ik wat minder – erg vlak en heel open. Daar zou ik wel naartoe willen in de winter, met sneeuw.

Hoe vind je die plekken?

In de voorbereiding hebben we veel YouTube-video’s bekeken van andere overlanders. Roadtrips op Polarsteps. Blogs gelezen. Informatie die mensen delen. En durf het ook gewoon te vragen. De overlanding community is behulpzaam.

Apps die we gebruiken: iOverlander, Park4Night, Google Maps. Soms is het ook gewoon ergens inrijden en kom je op de mooiste plekken uit. Zeker in Zweden is vaak alles goed geregeld. Onderweg zijn voldoende plaatsen waar je van een toilet gebruik kunt maken. Makkelijk, maar niet echt nodig.

En in Nederland dan?

In Nederland off-grid kamperen doen we op natuurkampeerterreinen die bekend zijn. Via het Groene Boekje vind je die erkende plekken. Ook geldt: vraag het aan mensen om je heen. Facebook-groepen zijn goud waard. Daar vind je veel informatie, mensen delen tips.

Door in Nederland en de Benelux op natuurkampeerplekken te staan, kom je mensen tegen die ook verder weggaan. Die graag ervaringen delen. Daar halen we inspiratie op.

Ja, het is frustrerend dat ik met mijn perfect uitgeruste Jeep 1500 kilometer moet rijden voor wat in principe 50 kilometer verderop in het bos ook zou kunnen. Maar zo zijn de regels. En ik hou me daaraan. Boetes tot €500 zijn geen grap, en belangrijker nog: de natuur in Nederland is kwetsbaar. Ik snap de wetgeving, ook al vind ik het jammer.

Sabina’s eerlijke mening: Het compromis

Sabina vindt het prima om off-grid te staan voor een paar dagen, maar wil daarna graag naar een camping met goede sanitaire voorzieningen. ’s Nachts in de natuur je behoefte doen is minder fijn, maar hoort erbij. Vandaar ons popup tentje met droogtoilet nu.

Maar helemaal in het wild, waar niemand in de buurt is – dat is een spannend avontuur. Het kampvuur, zwemmen in vrije natuur, de rust… dat vindt ze ook heerlijk.

Dus hebben we samen een mooi compromis bedacht: een paar dagen vrij, dan weer een dag een camping. Tijdens onze vijf weken roadtrip in Noorwegen hebben we drie keer op een camping gestaan. Of het drie, vier of vijf keer was geweest, had prima geweest. Nu was het drie keer. Ik vond dat natuurlijk super.

Praktisch: Afval, toilet, douchen

Wat ik erg belangrijk vind – en dit is één van de regels van vrij kamperen – is de plek schoner achter te laten dan toen je aankwam.

Ruim alles op, ook als het niet van jou is. Rij niets kapot. Heb respect voor de natuur.

Als je in de natuur je behoefte moet doen: gebruik natuurlijke producten. Zorg dat een andere gast er geen hinder van heeft. Ook de dieren niet. Graaf een gat, doe je behoefte, dek het netjes af. Of doe het in een zakje – net als bij je hond – en neem het mee naar een prullenbak.

Denk aan de natuur en anderen om je heen. Zo blijft de wereld mooi en houden we het leefbaar. En last but not least: zo mogen we hopelijk nog lang vrij kamperen zonder te veel regels.

Noodplan: Als het misgaat

Mochten we in the middle of nowhere vastzitten, of er doet zich een noodsituatie voor: ik heb een Starlink voor communicatie en een EHBO-kit voor eerste hulp. Daarnaast heb ik EHBO-ervaring door mijn functie als vrijwillig brandweerman, waarbij we jaarlijks levensreddende handelingen doorlopen.

Maar er kan zich altijd iets voordoen waarbij alles niet werkt. Dan kan rustig nadenken en handelen het verschil maken.

Tijgertje: Soms mee, vaak niet

Tijgertje nemen we vaak alleen mee tijdens kortere trips – onze lange weekenden, een weekje Frankrijk – waarbij we op een natuurkampeerplek staan. Dit is voor het beestje ook fijner, lijkt me. De regels per land zijn vaak anders, en daar moet je rekening mee houden. Ook als er wat gebeurt onderweg.

Van anderen hoor ik dat hun viervoeter altijd meegaat. Vaak grotere honden, die ook een rol in veiligheid hebben. Ik kan hier voor een ander geen advies geven. Dit moet je zelf ervaren en kiezen.

Voor beginners: Hoe begin je?

Overweeg jij een daktent voor avontuurlijke roadtrips en natuurkampeer ervaringen? Je kunt direct een complete setup aanschaffen, maar ik zou adviseren stap voor stap te beginnen.

Stappenplan

Stap 1: Een weekend weg

Ga een weekend weg met je basisdaktent. Kijk wat je nodig hebt, wat je bij hebt en niet gebruikt, en wat je hebt gemist.

Stap 2: Evalueren en aanvullen

Vul aan en kijk hoe je dit wil invullen. Ga je je 4×4 (of andere auto) vast verbouwen, of maak je kisten die je plaatst als je weggaat? Er zijn vandaag de dag zoveel mogelijkheden. Je kunt het ook gewoon zelf maken. Het is niet moeilijk.

Stap 3: Je moet het gewoon doen

Er is zoveel te vinden. Vraag het gewoon. Stel, je wil weg met een daktent en je wil graag off-grid staan. Dan is een goede powerbank of powerstation erg fijn, zeker als je hem kunt opladen tijdens het rijden.

Basis checklist voor je eerste off-grid weekend

  • Daktent met ladder
  • Powerstation (opladend tijdens rijden)
  • 20-30 liter water (jerrycan is prima)
  • Kist voor boodschappen
  • Kritisch naar kleding kijken (minder dan je denkt)
  • EHBO-kit
  • Goede zaklampen
  • Makkelijk eten: gedroogd eten of energierepen (lang houdbaar, direct te eten)

Moet je meteen naar Noorwegen? Nee. Begin dichtbij. Nederlands natuurkampeerterrein. Dan België. Bouw het op. Leer je setup kennen. Dan Scandinavië.

Veelgemaakte beginnersfout

Te veel meenemen. Dat deed ik ook. Te veel kleding, te veel boodschappen, te veel “voor het geval dat”.

Een andere: denken dat je meteen alle dure uitrusting nodig hebt. Begin simpel. Voeg toe wat je mist. Niet wat iemand anders zegt dat je nodig hebt.

Neem makkelijk eten mee, gedroogd eten of energierepen. Je kunt het lang bewaren en je hebt op deze manier altijd eten bij dat je direct tot je kunt nemen.

Camper vs 4×4 met daktent?

Deze vraag stel ik mijzelf over een jaar of vijf weer, denk ik. Dan ben ik wat ouder en vind ik een 4×4 camperbus wellicht net wat comfortabeler.

Het grote verschil zit hem voor mij in het binnen kunnen zitten bij slecht weer. Met de Jeep zitten en leven we echt buiten, altijd. Met een camperbus kun je simpel naar binnen, hoef je geen trap meer op naar je slaapplek. Dat maakt het makkelijker en toegankelijker.

Maar minder avontuurlijk en minder vrij, voor mijn gevoel. Ik hou van buitenleven. Voel me snel opgesloten als ik binnen moet zitten. Dat doe ik al tijdens het werken op kantoor.

De toekomst: Mijn zorgen

Ik ben bang dat off-grid kamperen meer en meer aan banden wordt gelegd. Mede doordat we het er zelf naar maken.

Te vaak kom ik plekken tegen waar eerdere kampeerders rommel hebben achtergelaten. De natuur hebben stukgereden. Onbeschoft waren tegen lokale bewoners. Respectloos. Helaas waar.

Anderzijds zie je nieuwe initiatieven waarbij mensen privégrond openstellen voor gelijkgestemden. De toekomst zal het uitwijzen.

Maar één ding is zeker: als we de natuur blijven respecteren, opruimen wat niet van ons is, voorzichtig rijden, en lokale regels volgen – dan blijft die vrijheid bestaan. Voor ons, en voor de generatie na ons.

Slot: Doe het gewoon

Natuurkampeerterreinen zijn fantastisch. Voor lange weekenden, voor rust, voor beginnen. Maar als dat kriebelt – als je meer wilt, als je die échte vrijheid zoekt – dan weet je nu waar het begint.

Begin klein. Bouw op. Leer. Maak fouten. En geniet van ieder moment.

Want die ochtend in Zweden, toen ik uit die daktent stapte en dat meer induikt – dat vergeet je nooit meer.


Heb je vragen over off-grid kamperen, je eerste daktent, of wil je tips voor Scandinavië? Laat het me weten. Ik help graag.